Vertalen is een speurtocht

23 februari 2017, geschreven door Fimke Duursma
Vertalen

Als tekstschrijver moet je weten waarover je schrijft. Heb je het over ijzermenie, dan moet je het verschil met ‘gewone’ grondverf kennen. Enig onderzoek is vereist voordat je begint met typen. Bij vertalen komt daar nog extra speurwerk bovenop. Want wat doe je als je vertaalhulpen het weer eens laten afweten?

Door al die onderzoekjes verander je als tekstschrijver/vertaler steeds meer in een wandelende encyclopedie. Tenminste, als je jezelf niet hebt gespecialiseerd in, noem eens wat, woningcorporaties. Die willekeurige kennis is best leuk. Op feestjes hoor je jezelf ineens meepraten over ondernemersfondsen, hondenziektes, smart grids en de beste manier om een kozijn te schilderen, omdat je daar toevallig ooit een tekst over hebt geschreven.

Dubbel onderzoek

Zelfs voor één alinea moet je al enige kennis van zaken hebben. Probeer maar eens iets zinnigs te zeggen over non-thermisch plasma als je geen idee hebt in welke richting je het moet zoeken. Niet te doen. Bij een vertaling doe je dubbel onderzoek: je moet begrijpen waar het over gaat én de juiste Nederlandse termen zien te achterhalen. Op online vertaaldiensten kun je maar zelden echt bouwen.

Vage vermoedens

In de categorie huis-tuin-en-keuken kom je een heel eind. Maar van hardcore vaktermen gaat het vertaaldiensten vaak duizelen en dan moet je zelf op onderzoek uit. Uit het zinsverband en de context kun je natuurlijk veel informatie halen. Soms zetten afbeeldingen bij de tekst je op het goede spoor. Met wat vage vermoedens onder de arm begint vervolgens de zoektocht naar de juiste Nederlandse term.

Dakhemel

Wij vertalen veel teksten over auto’s. Daarin worden nieuwe modellen tot in de puntjes besproken en dat betekent vaktermen all over. Omdat wij geen oldtimers opknappen in onze vrije tijd, zijn we niet perfect ingevoerd in autotermen. Voor Dachhimmel moesten we bijvoorbeeld het internet raadplegen. We klopten als eerste aan bij  Google Translate. Daar rolde dakhemel uit. Dat hadden we zelf ook kunnen bedenken. Het gaat dus over het stuk auto dat boven je hoofd zit. Hoe noem je zoiets in goed Nederlands? Dakhemel leek ons stug.

Auto-taal

Meestal beginnen we met een wilde gok. Die toetsen we aan Google. Bij veel hits van betrouwbare bronnen vertrouwen we erop dat we goed hebben gegokt. Valt de oogst tegen, dan bedenken we in wat voor soort tekst het woord misschien voorkomt. Soms komen we er met Wikipedia achter: gewoon switchen naar de Nederlandse pagina. Dachhimmel bleek uiteindelijk hemelbekleding te zijn in auto-taal. Weer wat geleerd.

Dingetje in de bumper

Google Translate is ook in staat om je positief te verrassen. C-Saüle zou C-stijl zijn. Jaja, dacht ik, nooit van gehoord. Maar volgens een online autowoordenboek is de C-stijl de achterste dakstijl van een auto. Had onze vertaalvriend toch gelijk. Later struikelden we over C-Signatur. Een dingetje in de voorbumper, maar wat precies? Nu liet Google Translate het weer afweten. Goed kijken naar de afbeelding hielp ons verder: er zaten decoratieve, lichtgevende C-vormen in de bumper. Nu we het weten, zien we ze overal.

Toch maar niet vertalen

Niet vertalen kan ook een optie zijn, als de Nederlandse term je niet bevalt. De peaberry bijvoorbeeld is een zeldzame koffiebes waar maar één koffieboontje in zit, in plaats van de gebruikelijke twee. Kunnen veel vertaaldiensten niks mee. We kwamen de juiste term uiteindelijk tegen in een verhandeling over de koffiebes. De peaberry blijkt in goed Nederlands een erwtboon of rondboon te heten. Dat klinkt weinig exclusief en dat was nadrukkelijk wel de bedoeling. Daarom lieten we peaberry toch maar zo staan.

Dit soort onderzoekjes maken van vertalen een soort sport: zoek de juiste term. Van schrijven en vertalen worden we enthousiast, maar van die speurtochtjes stiekem ook.

Gerelateerd

Content
Blog: Vertalen met gevoel, Doe normaal, Idiomatisch vertalen
Case: Volkswagen